| VERENIGING OFFICIËLE COFFEESHOPS MAASTRICHT | |
|
Artikel geplaatst op: 10-05-05
Het reguleren van de achterdeurAlle leden van de V.O.C.M. worstelen dagelijks met het inconsistente coffeeshopbeleid. Wij mogen in onze coffeeshops voortdurend maximaal 500 gram cannabis in voorraad houden en mogen per persoon maximaal 5 gram cannabis per dag verkopen. Maar de vraag waar wij onze cannabis inkopen en hoe wij deze cannabis naar onze coffeeshops vervoeren, kunnen wij niet ongestraft beantwoorden, omdat dit niet wordt gedoogd. Ook de hennepteler of de handelaar in hasj en wiet, die zijn waren uitsluitend aan een gedoogde coffeeshophouder aflevert, riskeert straf. Dat is op zijn minst genomen niet logisch.![]() Het gebrek aan logica komt eenvoudig aan het licht als we cannabis zouden vergelijken met melk. Mensen mogen melk drinken en deze verpakt in drinkbekers ook kopen in daartoe aangewezen winkels. Het is echter volstrekt verboden om een koe te melken. Zelfs een kind vraagt zich dan af waar in vredesnaam de melk vandaan moet komen. Hier is duidelijk dat op dit punt verbetering van het beleid is geboden. Ofschoon de VOCM een coffeeshopvereniging is hebben wij een uitgesproken mening over de cannabisproductie. Het gaat immers over de producten die wij moeten verkopen. Allereerst worstelt de kweker met een door zichzelf opgeroepen beeld dat de kweek grotendeels in handen zou zijn van de georganiseerde misdaad. Om zo weinig mogelijk straf te krijgen stellen zij zich tijdens het verhoor bij de politie als slachtoffer op door te beweren dat ze onder druk hun woning ter beschikking moesten stellen voor de wietkweek. Het onderzoek naar de kweek van wiet in Nederland (in opdracht van het Ministerie van Justitie uitgevoerd door criminoloog Bovenkerk) had deze misvatting kunnen wegnemen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Het onderzoek heeft, door het kritiekloos overnemen van de processen verbaal van de politie en de slachtofferverhalen van gearresteerde kwekers die anders wellicht eerder uit hun huis worden gezet, de beeldvorming van de georganiseerde kweek van nederwiet juist versterkt. De wietkweek in woonwijken is vaak kleinschalig van opzet, terwijl de grote kwekerijen vaak buiten woonwijken liggen en hoofdzakelijk bedoeld zijn voor de export. Er zijn echter aanwijzingen dat dit laatste afneemt omdat in het buitenland de kweek van wiet sterk toeneemt. Deze “Eurowiet” betekent dat ieder land steeds meer in de eigen behoefte van cannabis kan voorzien. Het gevolg is een afnemende afhankelijkheid van wiet uit Nederland. Verdwijnt deze illegale hennepteelt (grotendeels) als de overheid een aantal kwekers aanwijst om onder strikte voorwaarden wiet te telen voor uitsluitend gedoogde coffeeshops? Ondanks het feit dat de V.O.C.M. een voorstander is van het reguleren van de achterdeur van de coffeeshop, gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat hierdoor de illegale hennepteelt zal afnemen, maar niet zal verdwijnen. Allereerst kennen maar 20 % van de Nederlandse gemeenten gedoogde coffeeshops, maar in de overige 80 % wonen wél blowers. Een groot deel van hen kweekt zelf of koopt bij een niet gedoogde huisdealer. We zien in heel Europa dat de hennepteelt hand over hand toeneemt. Hiermee staat vast dat deze ontwikkeling niet volledig aan de aanwezigheid van coffeeshops kan worden toegeschreven. Illustratief is dat ook in België en Duitsland steeds vaker hennepkwekerijen worden ontmanteld, terwijl in deze landen geen gedoogde coffeeshops zijn gevestigd. Tengevolge van de aanscherping van de gedoogcriteria voor coffeeshops is een enorm illegaal verkoopcircuit van cannabis ontstaan. Jeugdigen onder de 18 jaar en personen die meer dan 5 gram cannabis willen aankopen, kunnen niet (meer) terecht in gedoogde coffeeshops. Het aantal gedoogde coffeeshops is door het invoeren van vestigingscriteria (b.v. afstanden tot scholen) teruggedrongen. Sinds de beginjaren negentig is het aantal coffeeshops ongeveer gehalveerd. Voor ieder verdwenen gedoogd verkooppunt zijn tientallen niet gedoogde verkooppunten in de plaats gekomen. Ook ten behoeve van dit enorme illegale verkoopcircuit vindt hennepteelt plaats. In de meeste coffeeshops vormen de verkopen van op de Europese bodem geteelde wiet (marihuana) zo’n 75 – 80 % van de omzet. De overige 20 – 25 % van de verkopen wordt gevormd door hasj en wiet die afkomstig is uit de bekende “bronlanden” zoals bijvoorbeeld Marokko, Pakistan, Afghanistan, Nepal en Jamaica. De grensoverschrijdende handel in hasj en wiet wordt niet opgelost met het reguleren van de hennepteelt. Als gedoogde coffeeshops deze soorten cannabis niet meer zouden mogen verkopen, zou het illegale verkoopcircuit daar enorm van profiteren. De vraag naar buitenlandse hasj en wiet zal namelijk blijven bestaan. Niemand in Nederland is in staat hasj te produceren met dezelfde eigenschappen als die van de geïmporteerde hasj. Hierbij moet u zich bedenken dat in de genoemde “bronlanden” al eeuwenlang hasj worden geproduceerd. Eén van de argumenten die worden aangedragen voor het reguleren van de achterdeur is het stellen van kwaliteitscriteria. Sommigen denken hierbij aan het vaststellen van een maximum THC-percentage. De kwaliteit van wiet wordt in de praktijk niet alleen bepaald door de hoogte van de daarin aanwezige THC, maar ook door de geur, de kleur en vooral de smaak! De inkoper probeert een vaste relatie met betrouwbare kwekers op te bouwen. Niemand wil namelijk wiet inkopen van een kweker die chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Dat zijn zaken die wij voor de bepaling van de kwaliteit van echt belang achten. Als wij wiet inkopen meten wij dus nooit THC-percentages. Wij zouden niet eens weten hoe dit moet worden gemeten. Onderzoeken wijzen overigens uit dat de wijze waarop THC in cannabis wordt gemeten van land tot land en soms zelfs van laboratorium tot laboratorium verschilt. Zo lang niet wetenschappelijk kan worden onderbouwd dat cannabis vanaf een bepaald THC gehalte een (groter) risico vormen voor de volksgezondheid zouden geen normen moeten worden gesteld. Niemand wordt immers beter van symboolregelgeving. Ons motto zou zijn eerst onderzoeken, dan conclusies trekken en vervolgens regelen. Als de overheid een aantal kwekers aanwijst (of zoals burgemeester Gresel van Heerlen voorstelde kweeklicenties veilt!) bestaat het risico dat vraag en aanbod niet op elkaar worden afgestemd. Als de verplicht aangewezen kweker aan de gedoogde coffeeshophouder producten aanlevert waar onvoldoende vraag naar bestaat, zal de illegale handel daar ongetwijfeld flink van profiteren. Een ander gevaar dat dreigt betreft de kostprijs. De voor veel geld aangekochte licentie zal moeten worden terugverdiend. En een door de overheid aangewezen kweker zal ongetwijfeld aan veel regelgeving moeten voldoen. Hierdoor stijgen de productiekosten. Omdat over de winsten van de kweker ook nog belastingen zullen worden geheven zal de prijs van het product toenemen. Hier dreigt dan het gevaar dat we bij de “mediwiet” signaleren. Patiënten kopen geen officieel gekweekte mediwiet, omdat deze veel te duur is in relatie tot de kwaliteit. Als coffeeshophouders duurder inkopen zullen zij de verkoopprijs moeten verhogen. De klant kan dan in de verleiding komen om voortaan in het illegale circuit zijn cannabis aan te kopen. Het voorstel van de VOCM betreffende de gereguleerde kweek voor de aanvoer naar de Maastrichtse coffeeshops ziet er als volgt uit: Door een coöperatief samenwerkingsverband op te richten tussen Gemeente, kwekers en de VOCM kunnen we tot een gereguleerde productie en aanvoer aan de achterdeur komen. Er zouden volgens ons voorstel een drietal gebouwen op industrieterreinen rondom Maastricht moeten worden vrijgemaakt. Hier zou dan de kweek van de voor de coffeeshops bestemde cannabisproducten moeten plaatsvinden onder de strenge controle van een dagelijks bestuur bestaande uit de kwekers, VOCM, gemeente, gezondheidsdienst(en), brandweer, politie en belastingdienst. Dit bestuur ziet toe op de te gebruiken en vooraf geteste groeibevorderaars en eventuele bestrijdingsmiddelen. Wetenschappelijk onderzoek kan op deze wijze verantwoord worden uitgevoerd. Onderzoek naar de eventuele relaties tussen meetbare sterkte (THC percentage) en de kweekmethoden en/of het gebruik van hulpmiddelen lijkt door de overheid als wenselijk te worden ervaren. Ook wordt door de brandweer en milieudiensten regelmatig gecontroleerd op brand- en milieuveiligheid. Overigens kan er zonder kunstlicht ook in kassen een kwalitatief hoogwaardige wiet worden gekweekt, dus zonder enig brandgevaar. De belastingdienst verkrijgt hiermee de door haar zo innig gewenste controle aan de inkoopzijde. Controleerbare facturen kunnen worden uitgereikt en brutowinstmarges kunnen objectief worden berekend. Screenen van de kweker moet niet alleen door gemeente en politie plaatsvinden, maar ook door de VOCM i.v.m. vakbekwaamheid en kennis van de markt. Eenheidsworst onder kwekers en de te kweken producten moet worden tegengegaan. Als we met dit experiment niet hoog inzetten op diversiteit en kwaliteit dan wacht ons eenzelfde lot als de mediwiet. Een gedeelte van de winst die met deze coöperatie behaald wordt, zou terug kunnen vloeien naar de gemeentekas ten bate van bijvoorbeeld voorlichting of betaling van het controleapparaat. Het reguleren van de voordeur Het lijkt er op dat in ruil voor het reguleren van de achterdeur een aanscherping van het gedoogbeleid wordt voorgesteld. Burgemeester Leers heeft reeds aangegeven dat in afwachting van het proefproces, dat in het kader van de “pilot Donner” in Maastricht gevoerd gaat worden om buitenlanders uit de coffeeshop weren, er een toegangscontrolesysteem moet worden gerealiseerd. Hierbij moeten we ons goed beseffen dat iedere drempelverhogende maatregel aan de voordeur van een coffeeshop zal leiden tot een toename van de illegale handel. Iemand die bijvoorbeeld uit privacy redenen zich niet wenst te laten registreren in een coffeeshop verdwijnt vervolgens in het illegale circuit om daar zonder enige vorm van controle zijn of haar aankopen te doen. De scheiding tussen hard- en softdrugs wordt hier zeker niet mee gediend De aanpak van cannabis is steeds meer gebaseerd op openbare orde aspecten en steeds minder op volksgezondheidsaspecten. Laten we nu niet na het coffeeshopverbod voor jongeren onder de 18 en een verkoopverbod op meer dan 5 gram per klant per dag óók nog de fout maken om een coffeeshopverbod voor buitenlanders in te stellen, anders zal naar onze verwachting de overlast sterk gaan toenemen. De VOCM waarschuwt ervoor dat verdere aanscherping de coffeeshop voor klanten onaantrekkelijk kan maken. De Haarlemse burgemeester Pop, tevens voorzitter van de commissie veiligheid van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, heeft stevige kritiek geuit op de plannen van justitieminister Donner. Ook hij waarschuwt ervoor dat een hardere aanpak van de coffeeshops tot meer illegale drugshandel zal leiden. (Bron: “Haarlems Dagblad” 17 mei 2004.) Cannabis is na alcohol en tabak het meest ingeburgerde genotmiddel in Europa. Vanuit deze gedachte geredeneerd is legalisering van cannabis op Europees niveau in mijn ogen de beste oplossing. Een Cannabiswet kan inhoudelijk in grote lijnen overeenkomen met de Drank – en Horecawet. Er kunnen dan landelijk eisen worden gesteld aan de inrichting en aan de exploitant. De marktwerking kan dan zorgen voor een evenwicht. Vergelijk het bijvoorbeeld met de aanwezigheid van cafés. Er kunnen ook eisen worden gesteld aan de kwaliteit van de producten, de opleiding van de exploitant enzovoort. Reëel cannabisbeleid leidt er toe dat goede bescherming wordt geboden aan de consument, terwijl de negatieve bijverschijnselen tot een minimum beperkt zullen blijven. Marc Josemans Voorzitter Vereniging Officiële Coffeeshops Maastricht |
|
VOCM | Vereniging Officiële Coffeeshops Maastricht | Postbus 165 | 6200 AD | Maastricht | secretariaat@vocmonline.nl
bezoekers vandaag: 52 | nu online: 5 | ©2008VOCM
|
|